De ex-werknemer was sinds 1993 in dienst van de werkgever, laatstelijk als chef kok, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werkgever beëindigde de bedrijfsactiviteiten eind 2021/begin 2022 en zegde de arbeidsovereenkomst op per 1 mei 2023 na verkregen ontslagvergunning.
De werknemer verzocht om betaling van de transitievergoeding van €29.612,86 bruto plus wettelijke rente vanaf 1 juni 2023, omdat de werkgever niet betaalde. De werkgever voerde geen verweer en erkende dat het verzoek toegewezen kon worden.
De kantonrechter oordeelde dat de transitievergoeding en de wettelijke rente verschuldigd zijn en veroordeelde de werkgever tot betaling binnen twee weken. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten van de werknemer.