Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de tussenbeschikkingen van 27 februari 2023 en 14 juni 2023
- de akte van [verzoeker] van 12 juli 2023
- de akte van [verweerster] van 8 augustus 2023.
2.De verdere beoordeling
€ 3.631,87 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid.
1.386,00(3,5 punten x tarief € 396,00)
3.De beslissing
- een studievergoeding van € 1.230 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 29 november 2022 tot de voldoening;
- de eindejaarsuitkeringen: € 1.044,36 (voor 2019), € 1.979,74 (voor 2020) en
- het resterende deel van de transitievergoeding op basis van de eindejaarsuitkeringen, een bedrag van € 336,32 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf
- het loon over de opgebouwde en niet opgenomen wettelijke vakantiedagen over 2019 (€ 1.445,72), 2020 (€ 3.076,00) en 2021 (€ 261,46) van in totaal € 4.783,18 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2022 tot de voldoening;
- een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 857,25;