De rechtbank Midden-Nederland heeft op 3 oktober 2023 uitspraak gedaan in de zaak waarin Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer, Stichting Dierbaar Flevoland en Stichting Fauna4life beroep instelden tegen de opdracht van gedeputeerde staten aan Staatsbosbeheer om heckrunderen in de Oostvaardersplassen af te schieten ter beperking van de populatie en het doden van zieke of gebrekkige dieren.
De rechtbank beoordeelde of gedeputeerde staten bevoegd waren om deze opdracht te verlenen op grond van artikel 3.18 van de Wet natuurbescherming (Wnb) en of aan het noodzakelijkheidscriterium was voldaan. De rechtbank concludeerde dat heckrunderen als verwilderde dieren kunnen worden aangemerkt en dat gedeputeerde staten daarom bevoegd waren de opdracht te verlenen. Uit diverse rapporten, waaronder het Faunabeheerplan Flevoland 2019-2023 en het Sweco II-rapport, blijkt dat de begrazingsdruk door heckrunderen en andere grote grazers heeft geleid tot afname van biodiversiteit en schade aan natuurlijke habitats.
De rechtbank stelde vast dat gedeputeerde staten in redelijkheid mochten aannemen dat afschot noodzakelijk is ter bescherming van wilde flora en fauna en instandhouding van natuurlijke habitats. Ook oordeelde de rechtbank dat de opdracht uitvoerbaar is en dat de natuurvergunningplicht de uitvoerbaarheid niet in de weg staat. De overige beroepsgronden, zoals de levensvatbaarheid van de kudde en alternatieven, konden niet leiden tot vernietiging van het besluit. De beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor Staatsbosbeheer de opdracht mag blijven uitvoeren tot uiterlijk 31 december 2023 of totdat de doelstand van 300 heckrunderen is bereikt.