ECLI:NL:RBMNE:2023:5202
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde horeca-/winkelpand en vergoeding overschrijding redelijke termijn
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar horeca-/winkelpand, gelegen aan een adres in een Nederlandse plaats, met een waardepeildatum van 1 januari 2020. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €312.000, terwijl eiseres een lagere waarde van €279.000 bepleitte. Na een bezwaarprocedure die leidde tot een ongegrondverklaring, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de heffingsambtenaar, die uitging van het eigen huurcijfer van €34.000 per jaar en een kapitalisatiefactor van 10,7, gebaseerd op vijf referentieobjecten in dezelfde plaats. Eiseres voerde aan dat de referentieobjecten onvoldoende vergelijkbaar waren, mede vanwege de specifieke invulling van het pand met een winkel voor gehandicapte mensen. De rechtbank oordeelde echter dat het gebruik van het pand niet bepalend is voor de waarde, maar de verhuurmogelijkheden en marktconforme huurwaarde.
Hoewel de rechtbank constateerde dat de heffingsambtenaar de verkoopprijzen van referentieobjecten niet correct had herleid naar de waardepeildatum, achtte zij de verstrekte informatie voldoende om aan te tonen dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door de ruime marge tussen de getaxeerde en vastgestelde waarde. Daarnaast werd het verzoek van eiseres om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehonoreerd met een bedrag van €50, aangezien de totale procedure ruim zes maanden langer duurde dan de redelijke termijn.
De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af, omdat het beroep ongegrond was en de kosten voor de beoordeling van de schadevergoeding minimaal waren. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van het horeca-/winkelpand wordt ongegrond verklaard, met een immateriële schadevergoeding van €50 wegens overschrijding van de redelijke termijn.