Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 235.404,-. Het huurcontract is aangegaan op 1 januari 2016, lopende tot en met
31 december 2021. Volgens de huurovereenkomst wordt de huurprijs jaarlijks aangepast overeenkomstig de stijging van het prijsindexcijfer vastgesteld door het CBS. Bij de berekening van de huurwaarde is rekening gehouden met een huurvrije periode vanwege COVID-19, van 6,5 maand. Verweerder heeft de kapitalisatiefactor onderbouwd aan de hand van de bottum-up methode. Hieruit blijkt dat verweerder uitgaat van 12% leegstandsrisico. De kapitalisatiefactor die verweerder hanteert is 8,7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt geldt dat in beginsel het eigen huurcijfer het meest geschikt is om de (huur)waarde van de onroerende zaak uit af te leiden. Bovendien heeft verweerder de kapitalisatiefactor aan de hand van de bottum-up methode in voldoende mate onderbouwd en inzichtelijk gemaakt.
€ 319.000,-. Het huurcontract is aangegaan op 1 januari 2016, lopende tot en met
31 december 2021. Volgens de huurovereenkomst wordt de huurprijs jaarlijks aangepast overeenkomstig de stijging van het prijsindexcijfer vastgesteld door het CBS. Bij de berekening van de huurwaarde is rekening gehouden met een huurvrije periode vanwege COVID-19 van 6,5 maand. Verweerder heeft de kapitalisatiefactor onderbouwd aan de hand van de bottum-up methode. Hieruit blijkt dat verweerder uitgaat van 11% leegstandsrisico. De kapitalisatiefactor die verweerder hanteert is 8,7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt geldt dat in beginsel het eigen huurcijfer het meest geschikt is om de (huur)waarde van de onroerende zaak uit af te leiden. Bovendien heeft verweerder de kapitalisatiefactor aan de hand van de bottum-up methode in voldoende mate onderbouwd en inzichtelijk gemaakt.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 41,66.
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister voor Rechtsbescherming) tot vergoeding aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 8,34.
mr.D. Burggraaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13oktober 2023.