Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in / verblijvende te P.I. [verblijfplaats] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
10:11:12 uur: De man verschijnt ook in beeld van de camera in de automaat. Hier herken ik, verbalisant [verbalisant 1] , direct de mij ambtshalve bekende [verdachte] , geboren [geboortedatum] /1978. In het verleden heb ik, [verbalisant 1] , [verdachte] meerdere malen als verdachte gehoord. Ik herkende hem direct aan zijn ronde kale hoofd en grote, ietwat bolle ogen.
10:11:13 uur: Hij heeft een oranje bankpas bij zich
10:11:14 uur: Hij steekt de bankpas in de geldmaat
10:11:25 uur: Hij toetst wat in op de automaat, kijkt op het scherm en wacht af
10:11:37 uur: Hij haalt de bankpas weer uit de automaat.
10:11:41 uur: Hij wacht nog even maar er komt kennelijk geen geld uit de automaat. Daarna loopt [verdachte] weg bij de automaat. [6]
Op vrijdag 28 april 2023, omstreeks 16.30 uur was ik in mijn woning aan de [adres 4] te [plaats] Ik hoorde op dat moment geklop op de achterdeur en voor ik het wist stond er een man in mijn keuken. Ik zag dat de man er als volgt uit zag:
-Zuid Europees uiterlijk mogelijk Turks/Grieks
-Lichte huidskleur
-Postuur: normaal
-Sprak goed Nederlands
-Tussen de 35-40 jaar
-Lengte ongeveer 1.76 cm
-Haarkleur zwart tegen het grijze aan
-Haardracht kort goed geknipt kapsel
-Kleding: donker grijs tot zwarte jas (heupmodel), merk Louis Vuitton (waarde EUR 400,00), verdere kleding onbekend.
Ik hoorde de man zeggen dat hij een overbuurman was. Ik hoorde de man vervolgens zeggen dat hij zijn voordeur had dichtgegooid en er nu niet meer in kon en of hij zijn moeder even mocht bellen. Ik hoorde aan de andere kant van de lijn dat het een nummer was wat buiten gebruik was. Ik herkende namelijk de beltoon. Ik hoorde de man zeggen dat dat typisch zijn moeder was. De man vroeg mij vervolgens of ik hem naar Leidsche Rijn wilde brengen. Ik zei de man dat ik geen auto had. Hierop zei de man dat hij dan wel met de trein ging, maar daar geen geld voor had en of ik hem geld wilde geven daarvoor. Ik pakte vervolgens € 50,00 uit een kastje. Dit kastje staat in de woonkamer. Ik overhandigde de man de € 50,00. Ik hoorde de man zeggen dat hij het daar misschien niet mee ging redden. Daarop pakte ik wederom uit het kastje € 20,00 en overhandigde dit ook aan de man.
Ik hoorde de man zeggen dat hij over anderhalf uur terug zou zijn om het geld terug te brengen. Hierop verliet de man, ook weer via de achterdeur, mijn woning. Ik was verbluft door het gebeuren en besefte pas later wat mij was overkomen. Dit ook omdat de man nooit meer is teruggekomen. [9]
- de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 oktober 2023;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 1 mei 2023, genummerd PL0900-2023126969-6, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 38 tot en met 40.
Ik zie dat de persoon met witte jas en kalend hoofd, hierna te noemen ‘persoon’. Ik zie dat persoon richting de bar loopt met een pas in zijn rechterhand. Ik zie dat de barmedewerker van [bedrijfsnaam] rechtsonder uit het camerabeeld verdwijnt. Ik zie dat de persoon met zijn rechterhand een pas omhoog houdt. Ik zie dat de medewerker van [bedrijfsnaam] twee briefjes uit de geldla haalt. Ik kan niet zien wat de waarde van de briefjes zijn of wat erop staat.
Ik zie dat de medewerker van [bedrijfsnaam] een mobiel pinapparaat op de bar legt.
Ik zie dat de persoon naar zijn pas kijkt en ik zie dat het mobiele pinapparaat op de bar ligt.
Ik zie dat de persoon de pas op het apparaat legt en probeert contactloos te betalen.
Ik zie dat de verdachte voor de tweede keer zijn pas op het mobiele pinapparaat legt en weer pakt. Ik zie dat de persoon twee briefjes pakt van de bar en ik zie dat de persoon een draaiende beweging maakt. Ik zie dat de persoon een zwaaigebaar maakt met zijn linkerhand. Ik zie dat de persoon twee briefjes in zijn linkerhand heeft.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
De reclassering heeft eerdere toezichten negatief retour gezonden, omdat alle forensische hulpverleningsmogelijkheden zijn uitgeput. Verdachte blijft terugvallen in middelengebruik, waardoor hij zich onttrekt aan de klinische plaatsing of beschermde woonvoorziening. Hij raakt ook uit contact met de reclassering. Het recidiveren in middelengebruik lijkt bij hem hand in hand te gaan met het recidiveren in delictgedrag. Het advies vanuit de toezichthouder is dan ook om voor hem via zijn WLZ- indicatie die is afgegeven voor onbepaalde tijd, een plek te zoeken waar hij terecht kan, uit de buurt van zijn huidige sociale netwerk.
Het recidive risico wordt ingeschat als hoog
.Verdachte is bekend met een jarenlange, hardnekkige verslaving aan basecoke. Zijn delicten pleegt hij om te kunnen voorzien in gebruik.
Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden
.De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. Verdachte heeft meermaals onder toezicht gestaan, er zijn meerdere forensische woonplekken en klinieken geprobeerd. Hij heeft echter nooit een gedragsverandering weten te bestendigen, waardoor geconcludeerd kan worden dat een forensisch kader niet zorgt voor een vermindering van de kans op recidive.
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 259,20 ingevuld, maar de schadeposten tellen op tot een totaalbedrag van € 260,20. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit.
€ 70,- voor [slachtoffer 1] (het bedrag dat [slachtoffer 1] door de oplichting heeft gegeven aan verdachte) en € 260,20 voor [slachtoffer 5] (bestaande uit: € 10,- voor de gestolen portemonnee, € 19,- gestolen contant geld, kosten in verband met het maken van pasfoto’s (€ 19,50), aanvraag CBR (€ 41,-), ondergaan medische keuring (€ 50,-), aanvraag rijbewijs (€ 115,75) en aanvraag museumjaarkaart (€ 4,95)).
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 70,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2023 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 70,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
- wijst de vordering van [slachtoffer 5] toe tot een bedrag van € 260,20;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat € 260,20 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor bepaald tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.