Uitspraak
STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBEDRIJF,
2.
STICHTING RAAD VOOR ARBEIDSVERHOUDINGEN SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBRANCHE,
1.De procedure
- de akte van BPF Schoonmaak en Ras van 21 juni 2023,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele arbeidsrechtelijke procedure vordert het Bedrijfstakpensioenfonds (BPF) samen met de Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (Ras) betaling van onbetaalde premies en bijdragen van de gedaagde onderneming. De kantonrechter heeft BPF en Ras de gelegenheid gegeven bewijs te leveren dat de gedaagde vanaf 23 juni 2019 verplicht deelnam aan de pensioenregelingen.
BPF en Ras stelden onder meer dat een werkneemster, mevrouw B, na het faillissement van haar vorige werkgever was overgegaan naar de gedaagde, maar dit is niet aannemelijk gebleken. De gedaagde is pas opgericht in juli 2019 en er is geen bewijs van overgang van onderneming. Bankafschriften tonen wel loonbetalingen aan mevrouw B vanuit de gedaagde, maar dat bewijst niet dat de onderneming actief is in de schoonmaakbranche en onder de verplichte deelneming valt.
De bewijsopdracht is niet geslaagd omdat BPF en Ras onvoldoende onderbouwden dat de gedaagde verplicht deelnam. Ook de incassodagvaarding bevatte onvoldoende specificaties over de gefactureerde bedragen en betrokken werknemers. De kantonrechter oordeelt dat partijen ieder hun eigen kosten moeten dragen, omdat ook de gedaagde onvoldoende inzicht gaf in haar personeelsbestand en de procedure daardoor niet is bevorderd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van pensioenpremies wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verplichte deelneming.