De rechtbank Midden-Nederland heeft op 22 november 2023 uitspraak gedaan in een zaak waarin de arbeidsovereenkomst van een statutair bestuurder werd ontbonden op grond van een verschil van inzicht over het te voeren beleid en de invulling van zijn functie. De bestuurder was sinds 2013 statutair bestuurder en sinds 2018 Vice President Operations bij de vennootschap.
Uit een intern onderzoek naar ongewenst gedrag binnen de organisatie, waarvoor de bestuurder verantwoordelijk was, bleek sprake van discriminatie en intimidatie. Dit leidde tot het besluit van de aandeelhouder om de bestuurder te ontslaan en zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen. De bestuurder stelde zich op het standpunt dat het ontslag onterecht was en verzocht om een billijke vergoeding, welke door de rechtbank werd afgewezen omdat sprake was van een redelijke grond (h-grond).
Daarnaast verzocht de bestuurder om betaling van een transitievergoeding, vergoeding van niet opgenomen vakantie-uren, en bonussen over 2022 en 2023. De rechtbank wees deze verzoeken toe, met uitzondering van de vergoeding van advocaatkosten, die werd afgewezen wegens het ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De proceskosten werden aan de bestuurder opgelegd.