Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
[derde partij sub 1]uit [plaats 2] en
E.H. [derde partij sub 2]uit [plaats 2] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een fietsenberging met kliko-ombouw op het voorerf van zijn perceel waarop een gemeentelijk monument staat. Het college verleende aanvankelijk de vergunning, maar trok deze later in voor de fietsenberging vanwege bezwaren van omwonenden en het negatieve advies van de Erfgoedcommissie.
De rechtbank oordeelt dat het erf waarop de fietsenberging wordt geplaatst niet onder de beschermde monumentale status valt, omdat alleen de gebouwen en leilinden als monument zijn aangewezen. Hierdoor was het niet nodig het belang van de monumentenzorg bij de vergunningverlening te betrekken. Dit leidt tot een motiveringsgebrek in het besluit van het college.
Desondanks heeft het college op redelijke gronden kunnen besluiten dat de fietsenberging vanuit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar is vanwege verrommeling en het voorkomen van precedentwerking. Ook de vastgestelde haaghoogte van 2 meter is voldoende onderbouwd. Het beroep is gegrond, de motivering wordt vernietigd, maar de weigering en de rechtsgevolgen blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de fietsenberging wordt terecht geweigerd, maar de motivering omtrent monumentenzorg wordt vernietigd; het college moet proceskosten vergoeden.