Uitspraak
200501989/1) dat niet het kadastrale perceel grondslag is voor de bescherming van wat zich daarop bevindt, maar dat slechts beschermd is datgene wat als bouwkundige en functionele onlosmakelijke zelfstandige eenheid is genoemd in de redengevende omschrijving. Nu de berging vrijstaat van het monument en geen woonfunctie heeft, vormt deze berging geen bouwkundig en functioneel onlosmakelijke eenheid met het monument. De berging deelt dan ook niet in de bescherming als monument, nu het plaatsen ervan niet kan worden aangemerkt als een wijziging van het monumentale koloniehuis.
200808775/1/H1), kan uit artikel 11, tweede lid, aanhef en onder a, van de Monumentenwet niet worden afgeleid dat een vergunning als in die bepaling genoemd, ook is vereist in het geval van nieuwbouw van een woning, die uit de aard van de zaak geen beschermd monument is, op de enkele grond dat deze mogelijk afbreuk doet aan de omgeving van een naastgelegen beschermd monument. Voorts is overwogen dat de wetsgeschiedenis evenmin een aanknopingspunt biedt voor een zodanig ruime uitleg van het begrip "verstoren". Daarbij is verwezen naar de Memorie van Toelichting op de Monumentenwet 1988 (Kamerstukken II 1986/87, 19 881, nr. 3, blz. 18), waarin is vermeld dat dit begrip ziet op een situatie die zich vooral bij archeologische monumenten kan voordoen. De aanwezigheid van de berging houdt dan ook geen verstoring van het monument in.
200905904/2/R3) is het bestemmingsplan Villagebieden in werking getreden. Ter zitting is niet duidelijk geworden of het bouwplan met dit bestemmingsplan in overeenstemming is. Artikel 46, vijfde lid, van de Woningwet kan slechts dan toepassing vinden wanneer het bouwen niet strijdig is met het vigerende bestemmingsplan Villagebieden. Indien het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan Villagebieden, is de bouwvergunning zes weken na inwerkingtreding van dat bestemmingsplan van rechtswege verleend. In dat geval dient het college binnen een termijn van zes weken mededeling te doen uitgaan dat overeenkomstig artikel 46, vijfde lid, van de Woningwet van rechtswege een lichte bouwvergunning is verleend. Indien het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan Villagebieden, dient het binnen die termijn alsnog een besluit te nemen op de aanvraag.