Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Inleiding
- de mondelinge bouwstop op schrift gesteld;
- aan eiseres een sloopstop opgelegd;
- eiseres gelast om het verrichten van bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning en het verrichten van sloopwerkzaamheden zonder sloopmelding beëindigd te houden, onder oplegging van een eenmalige dwangsom van € 25.000,-.
Beoordeling door de rechtbank
allebouwwerkzaamheden, maar in het wijzigingsbesluit is dit beperkt tot vergunningplichtige bouwwerkzaamheden.
Nieuw is het vereiste dat het niet mag gaan om een verandering van de brandcompartimentering of subbrandcompartimentering. Door het Bouwbesluit 2003[nu: Bouwbesluit 2012, rechtbank]
wordt voorgeschreven dat een gebouw verdeeld wordt in brandcompartimenten die bij brand als zelfstandige eenheden beschouwd kunnen worden. Een brandcompartiment is een ruimte in een gebouw, die begrensd wordt door wanden en plafonds (scheidingsconstructies) die de voortplanting van brand en rook naar aanliggende compartimenten gedurende een bepaalde tijd dienen te beletten (brand en rook beperken tot dat deel van het gebouw). Doel hiervan is om voor een bepaalde tijd een vrije vluchtroute in stand te houden om een gebouw te verlaten. Niet elke kamer of ruimte is evenwel een brandcompartiment. Zo bestaat een portiekflatgebouw met diverse appartementen, afhankelijk van de totale omvang van die appartementen, uit één of meer brandcompartimenten. In sommige gebouwen dient een brandcompartiment op grond van het Bouwbesluit 2003 nader te zijn onderverdeeld in subbrandcompartimenten. Dit doet zich voor bij appartementengebouwen, cel-, logies- en gezondheidszorggebouwen en gebouwen waar kinderopvang plaatsvindt. Bij een brand in een brandcompartiment zijn de personen die zich in een subbrandcompartiment bevinden gedurende enige tijd extra beschermd tegen de brand en rook. Vanwege het belang van zowel een brandcompartiment als een subbrandcompartiment voor het voorkomen van het overslaan van een brand, zoals hiervoor geschetst, wordt een preventieve toetsing aan het Bouwbesluit 2003 noodzakelijk geacht ingeval een verandering van een bouwwerk leidt tot wijzigingen in de brandcompartimentering of subbrandcompartimentering.” [5]
ering” en “beschermde subcompartiment
ering” in het Bor. Die begrippen zijn in het Bor niet gedefinieerd. In het licht van de toelichting oordeelt de rechtbank dat voor het beoordelen van de omgevingsvergunningplicht enerzijds aansluiting moet worden gezocht bij de definities uit het Bouwbesluit om te bepalen uit welke brandcompartimenten en beschermde subbrandcompartimenten een gebouw bestaat, maar dat anderzijds moet worden bezien of de indeling van het totaal van brandcompartimenten en beschermde subcompartimenten wijzigt. Uit de formulering
compartimenteringin het Bor leidt de rechtbank af dat een vergunningplicht pas dan aan de orde is. Een verandering aan een compartiment zelf, zonder dat de omvang daarvan of de indeling van meerdere compartimenten wijzigt, is daarom vergunningvrij in het licht van de eisen die het Bor daaraan stelt. De rechtbank wijkt in zoverre af van het oordeel van de voorzieningenrechter.
De handhaving ten aanzien van sloop, de bouw- en de brandveiligheid van het pand (last II)
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het handhavingsbesluit van 5 augustus 2022 en het wijzigingsbesluit van 15 december 2022;
- bepaalt dat het college aan eiseres het griffierecht van € 365,- vergoedt;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.511,-.