Eiser heeft een verzoek om handhaving ingediend tegen een bedrijfsloods in Makkum, stellende dat deze niet conform de bouwtekeningen is gerealiseerd, met name het ontbreken van kantoor- en personeelsruimten en afwijkingen in isolatiemateriaal. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân wees het verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen.
De rechtbank beoordeelde het beroep en oordeelde dat de feitelijke situatie vergunningvrij kon worden gerealiseerd op grond van het Besluit omgevingsrecht, waardoor geen sprake is van een overtreding. Eiser kon niet aantonen dat de gerealiseerde situatie in strijd was met de voorschriften van de verleende omgevingsvergunning. Ook de geluidsoverlast en de afwijkingen in isolatie werden niet als handhavingsgrond erkend.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het verzoek om handhaving niet zag op de door eiser genoemde parkeer- en transportproblemen rondom het bedrijfsterrein, zodat deze niet inhoudelijk konden worden beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht af. De uitspraak werd gedaan door rechter L. Mulder op 27 februari 2025.