De werknemer was sinds 2015 in dienst en meldde zich ziek in februari 2023 vanwege gezondheidsproblemen. Na gesprekken en een verbetertraject ontstonden twijfels bij de werkgever over de beperkingen van de werknemer, mede door observaties door een recherchebureau in haar privéleven.
De werkgever sprak op 13 juli 2023 ontslag op staande voet uit, maar de kantonrechter oordeelde dat dit ontslag niet onverwijld en onvoldoende concreet was toegelicht. De werknemer werd niet voldoende duidelijk geïnformeerd over de dringende reden, waardoor het ontslag werd vernietigd.
De arbeidsovereenkomst werd vervolgens ontbonden wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. De kantonrechter stelde het einde van het dienstverband vast op 31 december 2023 en kende de werknemer een transitievergoeding en een billijke vergoeding van €15.000 toe vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, met name het onrechtmatig inzetten van een recherchebureau en het gebrek aan overleg met de bedrijfsarts.
De werkgever werd tevens veroordeeld tot betaling van achterstallig loon met wettelijke verhoging en rente, en in de proceskosten van de werknemer.