ECLI:NL:RBMNE:2023:7087
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen WOZ-waarde en verzoek immateriële schadevergoeding afgewezen
Eiseres B.V. heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de WOZ-waardering van meerdere onroerende zaken voor het belastingjaar 2021. De heffingsambtenaar stelde de waarden vast op basis van de Wet waardering onroerende zaken en legde aanslagen onroerendezaakbelasting op. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat de door eiseres aangevoerde gronden onvoldoende zijn om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank wijst het verzoek van eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Hoewel de bezwaar- en beroepsprocedure langer dan twee jaar duurde, wordt de termijn verlengd met twaalf maanden vanwege bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden betreffen de beperkte beschikbaarheid van de gemachtigde van eiseres, die een zeer groot aantal zaken behandelt en daardoor niet tijdig alle zaken op zitting kan laten behandelen.
De rechtbank benadrukt dat het laat aanvoeren van beroepsgronden in strijd is met de goede procesorde en wijst het verzoek van de heffingsambtenaar tot proceskostenveroordeling af. De beroepen worden ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden worden ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.