ECLI:NL:RBMNE:2023:7502
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen wijziging WIA-uitkering wegens juiste medische en arbeidskundige beoordeling
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 70,65%, waarna dit werd herzien naar 58,75%. De rechtbank beoordeelde of deze wijziging terecht was en of de medische en arbeidskundige rapportages aan de vereiste zorgvuldigheid voldeden.
De medische beoordeling betrof de situatie van eiser op 19 januari 2022. De verzekeringsartsen hebben hun oordeel duidelijk gemotiveerd en hielden rekening met alle relevante medische informatie tot die datum. De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze beoordeling, mede omdat eiser geen nieuwe medische informatie over de datum in geding had aangeleverd.
Eiser stelde dat het UWV in strijd met het verbod van reformatio in peius had gehandeld, maar de rechtbank oordeelde dat de wijziging geen nadelige gevolgen had voor de hoogte en duur van zijn uitkering tot het einde van de loongerelateerde periode. Ook wees de rechtbank het verzoek af om een onafhankelijke deskundige te benoemen, omdat het proces eerlijk was verlopen en de medische beoordeling juist was.
De arbeidskundige beoordeling was eveneens deugdelijk gemotiveerd en ondersteunde de gewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de wijziging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.