ECLI:NL:RBMNE:2023:7628
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen inhouding bronheffing en vordering op gezamenlijke bijstandsuitkering
Eiseres en haar partner ontvangen een bijstandsuitkering volgens de gehuwdennorm, waarbij beiden ieder 50% van de uitkering ontvangen. Verweerder heeft een bronheffing CVZ en een aflossing van een vordering ingehouden op de gezamenlijke uitkering. Eiseres maakte bezwaar tegen deze inhoudingen op haar deel van de uitkering.
De rechtbank overweegt dat het recht op bijstand gezamenlijk toekomt aan echtgenoten en dat eiseres geen zelfstandig subject van bijstand is. Hierdoor is verweerder bevoegd om vorderingen en inhoudingen op de gezamenlijke gezinsuitkering toe te passen, ook als deze slechts op een van de partners betrekking hebben. De rechtbank wijst het bezwaar tegen de bronheffing af omdat dit een herhaling betreft van een eerder besluit zonder nieuwe rechtsgevolgen.
Het bezwaar tegen de aflossing van de vordering wordt eveneens ongegrond verklaard, aangezien deze betrekking heeft op een eenmalige boete die volledig op eiseres van toepassing is. De rechtbank acht de uitkeringsspecificaties onduidelijk, maar verweerder heeft toegezegd dit te verbeteren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de inhouding van de bronheffing en vordering op haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.