Eiser diende op 29 mei 2023 een aanvraag in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, die herhaald werd op 26 juni 2023. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken beslist, waardoor eiser op 22 augustus 2023 verweerder in gebreke stelde. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder sindsdien in gebreke is.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt de rechtbank de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442,- voor de 42 dagen dat verweerder in gebreke is geweest. De rechtbank wijst erop dat verweerder uiterlijk op 2 november 2023 de hoogte van de dwangsom moet vaststellen en uiterlijk op 14 december 2023 moet voldoen. Vanaf 15 december 2023 is verweerder rente verschuldigd over de dwangsom totdat deze is betaald.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen vier weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag vertraging daarna geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €209,25 en het griffierecht van €50,- aan eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.