ECLI:NL:RBZWB:2024:9091
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens beslissing herbeoordeling
Verzoekster diende op 1 augustus 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar aanvraag om herbeoordeling van 5 april 2024. Het UWV nam op 11 september 2024 alsnog een beslissing, waarna verzoekster haar beroep introk. De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling van het UWV.
De rechtbank stelde vast dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen binnen de procedure. Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legde het UWV op de proceskosten van verzoekster te vergoeden conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De vergoeding werd vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 en een vast bedrag per proceshandeling. De rechtbank verwierp het verzoek van het UWV om een lagere wegingsfactor toe te passen. Tevens wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 371,- aan verzoekster te vergoeden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar beroep.