Uitspraak
1.De procedure
2.Waar deze zaak over gaat
3.De beoordeling
529,00
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad op 1 april 2023 in dienst bij de werkgever als zelfstandig werkend kok voor 40 uur per week met een bruto maandsalaris van €3.000. De arbeidsovereenkomst was voor twaalf maanden, maar werd in onderling overleg beëindigd per 16 juli 2023. Ondanks meerdere sommaties betaalde de werkgever het loon over juni 2023 en de eindafrekening niet uit.
De werknemer vorderde in kort geding betaling van €5.474,47 bruto, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, betaling van buitengerechtelijke kosten van €672,44 exclusief btw, afgifte van loonstroken en specificaties, en vergoeding van proceskosten. De werkgever verscheen niet, waardoor verstek werd verleend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de werknemer een voldoende spoedeisend belang had en dat de vorderingen gegrond waren. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, de wettelijke verhoging en rente, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan werknemer.