Uitspraak
[eiser(es) 1] en [eiser(es) 2] , uit [woonplaats] , eisers
[A]en
[B]uit [woonplaats] , (gemachtigde: mr. M. van den Kommer).
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers ervaren overlast door zaag- en kloofactiviteiten van derde-partijen op een aangrenzend perceel en verzochten het college handhavend op te treden. Het college wees dit verzoek af, stellende dat de activiteiten binnen de woonbestemming passen en dat eventuele overtredingen op het agrarisch deel gering zijn. Eisers maakten bezwaar en stelden dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar geluidsoverlast en strijdigheid met diverse regelgeving.
De rechtbank oordeelt dat het college niet op alle bezwaargronden heeft gereageerd, wat een motiveringsgebrek oplevert. Dit gebrek wordt echter hersteld door nadere toelichting in het verweerschrift, waardoor eisers niet in hun belangen worden geschaad. Wel is het college tekortgeschoten in de motivering omtrent de ruimtelijke uitstraling van de zaag- en kloofactiviteiten binnen de woonbestemming. Het college heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt bij welke frequentie, duur en tijdstip de activiteiten acceptabel zijn.
De rechtbank volgt het college dat de verkoop van kleine hoeveelheden hout niet als bedrijfsmatig kan worden aangemerkt en dat de overtreding op het agrarisch perceel beperkt is, waardoor handhaving achterwege kan blijven. De rechtbank vernietigt het deel van het besluit over de woonbestemming wegens gebrekkige motivering en geeft het college zes weken om dit te herstellen. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om handhaving wordt afgewezen vanwege onvoldoende motivering, met gelegenheid voor het college om deze aan te vullen.