Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers
[derde-partij 1]en
[derde-partij 2]uit [woonplaats] , (gemachtigde: mr. M. van den Kommer).
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 18 juni 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eisers bezwaar maakten tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren over houtzaag- en kloofactiviteiten op een perceel met woonbestemming.
In een eerdere tussenuitspraak had de rechtbank geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de activiteiten binnen de woonbestemming passen, met name ten aanzien van frequentie, duur, tijdstip en hoeveelheid houtopslag. Het college kreeg de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
Het college verwees in zijn reactie op de tussenuitspraak naar een advies van de bezwarencommissie uit 2022, maar de rechtbank oordeelde dat deze verwijzing onvoldoende duidelijkheid bood over de relevante aspecten. Het college had nagelaten te onderbouwen welke mate van houtopslag passend is en of de activiteiten daadwerkelijk binnen die grenzen blijven.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel (artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb) en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.