ECLI:NL:RBMNE:2024:1154
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang voor inbeslagneming rosse neushoornvogels wegens ontbrekende legale herkomst
Het geschil betreft de vraag of de minister op grond van de Wet natuurbescherming terecht een last onder bestuursdwang heeft opgelegd aan Ouwehands Dierenpark B.V. om twee rosse neushoornvogels in beslag te nemen. Deze vogels werden in 2009 aan het dierenpark gedoneerd, maar het dierenpark kon tijdens een inspectie in 2021 niet aantonen dat zij legaal gefokt of verkregen waren conform de CITES-regelgeving.
De minister voerde aan dat de legale herkomst niet was aangetoond, mede na onderzoek bij Tsjechische autoriteiten. Het dierenpark stelde dat de vogels voorzien waren van gesloten pootringen en onderdeel waren van fok- en educatieprogramma's, waardoor handhaving onevenredig zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het enkel hebben van pootringen onvoldoende bewijs is van legale herkomst en dat legalisatie achteraf niet mogelijk is.
De rechtbank stelde vast dat de minister haar bewijslast had voldaan en dat het dierenpark als overtreder moest worden aangemerkt. De belangen van het dierenpark en het welzijn van de vogels wegen niet zwaarder dan het algemeen belang bij handhaving van de natuurbeschermingsregels. De last onder bestuursdwang is duidelijk en uitvoerbaar, en het beroep is ongegrond verklaard.
De minister heeft toegezegd het welzijn van de vogels te waarborgen bij uitvoering van bestuursdwang, onder meer door overleg met het dierenpark en betrokkenheid van vaste verzorgers. Het dierenpark krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 5 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep van het dierenpark wordt ongegrond verklaard en de minister mag de bestuursdwang toepassen om de rosse neushoornvogels in beslag te nemen.