ECLI:NL:RVS:2023:609
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- A. Kuijer
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder bestuursdwang voor woonboten en bouwwerken aan Diemerzeedijk Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan bewoners van woonboten aan de Diemerzeedijk last onder bestuursdwang op om bouwwerken, objecten en de woonboten zelf te verwijderen wegens het ontbreken van vereiste vergunningen. De bewoners maakten bezwaar en stelden beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd dit oordeel bevestigd.
De bewoners voerden aan dat zij niet als overtreders konden worden aangemerkt omdat de gemeente eigenaar is van het dijklichaam en de situatie al decennia gedoogd werd. De Afdeling oordeelde dat het eigendom niet relevant is voor bestuursdwang en dat de bewoners als rechthebbenden op het gebruik wel degelijk kunnen worden aangesproken.
Verder werd betoogd dat er concreet zicht op legalisatie bestond vanwege overgangsrecht en eerdere vergunningaanvragen. De Afdeling stelde dat het bestemmingsplan onherroepelijk is en dat de bouwwerken en woonboten niet binnen de bestemmingen passen, waardoor vergunningen voor strijdig gebruik vereist zijn. Het college weigert die vergunningen vanwege ecologische en woonklimaatredenen, zodat geen concreet zicht op legalisatie bestaat.
Andere bezwaren zoals misbruik van bevoegdheid, schending van het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel werden eveneens verworpen. De Afdeling concludeerde dat het college bevoegd en terecht handhavend optreedt en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de last onder bestuursdwang handhaven.