Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op zijn aanvraag van 22 maart 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser de Belastingdienst op 28 maart 2022 schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dit soort zaken. De rechtbank past deze termijnen toe en bepaalt dat de Belastingdienst uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging moet doen en binnen twee weken daarna een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag bij overschrijding van deze termijnen, met een maximum van € 15.000. Verder wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Rijlaarsdam op 5 maart 2024.