Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 26 mei 2021. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om over dit beroep te oordelen nadat het was doorgestuurd door de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 3 juni 2022 in gebreke is gesteld. Eiseres heeft vervolgens op 6 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijnen een vooraankondiging en een besluit te nemen.
De rechtbank sluit aan bij de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen voor het nemen van besluiten in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Verweerder moet uiterlijk 1 mei 2024 een vooraankondiging doen en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn een besluit nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijnen en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres.