Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op zijn aanvraag van 14 april 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een schriftelijke vooraankondiging moet doen en binnen twee weken daarna een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat deze termijnen worden overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken, wordt de dwangsom vastgesteld op € 1.442,-.
Daarnaast wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 218,75) en het betaalde griffierecht (€ 51,-). De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen en dwangsomregels voor deze categorie zaken.
De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Vollebregt-Kuipers en uitgesproken op 8 maart 2024. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.