Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 7 mei 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, in gebreke is gesteld op 16 november 2023. Het beroep is gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijnen een vooraankondiging en besluit te nemen.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging en het nemen van het besluit. Verweerder moet uiterlijk 22 april 2024 de vooraankondiging doen, waarna binnen twee weken het besluit moet volgen. Voor elke dag dat verweerder deze termijnen overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 218,75 toegekend voor de bijstand door een gemachtigde. De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 8 maart 2024.