Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 27 juni 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door de Belastingdienst is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dit soort zaken. De rechtbank past deze termijnen toe en bepaalt dat de Belastingdienst uiterlijk op 29 april 2024 een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.