Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 19 september 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en de beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op om alsnog binnen een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar te nemen. Deze termijn is gebaseerd op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die nadere beslistermijnen heeft vastgesteld voor dit soort zaken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de Belastingdienst de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Ook wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€218,75) en het betaalde griffierecht (€50). De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en uitgesproken op 8 maart 2024.