Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 13 april 2023 tegen de definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door de Belastingdienst is overschreden en het beroep gegrond is.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dergelijke zaken. Op basis hiervan geldt een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, waarvan ten minste zes weken na verzending van de uitspraak, voor het nemen van een besluit op bezwaar. Omdat inmiddels twaalf weken zijn verstreken, geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak.
De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen deze termijn een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag overschrijding, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt de proceskostenvergoeding van €218,75 aan eiseres toegekend en het betaalde griffierecht van €50,- vergoed.
De uitspraak is gedaan door rechter Y.N.M. Rijlaarsdam en griffier L.M. Kalkman op 15 maart 2024 te Utrecht. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.