Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 6 mei 2022 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 26 juni 2023. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, waarbij zij de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen overneemt. Verweerder moet uiterlijk 28 mei 2024 een schriftelijke vooraankondiging doen en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn een besluit nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijnen overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Elzakkers op 19 maart 2024.