Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 13 juli 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder stelde dat het beroep te vroeg was ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat twee weken na de ingebrekestelling van 2 februari 2024 waren verstreken toen het beroep op 19 februari 2024 werd ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar had beslist. De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen twaalf weken na het verweerschrift van 29 februari 2024, dus uiterlijk 23 mei 2024, een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000.
Daarnaast werd de dwangsom vastgesteld op €1.442,- en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres van €218,75 en het betaalde griffierecht van €51,-. De uitspraak is gedaan door rechter A.A.M. Elzakkers op 19 maart 2024.