Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 13 februari 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op om alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 22 mei 2024, een besluit op bezwaar te nemen. Deze termijn volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde beslistermijnen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 100,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van € 218,75 en het betaalde griffierecht van € 51,- wordt aan haar vergoed. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dit niet nodig is.