Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 22 juni 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 30 juni 2023 in gebreke is gesteld. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op alsnog binnen gestelde termijnen een vooraankondiging en een besluit te nemen.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen voor beslissingen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €218,75 en het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter P. Lenstra op 18 maart 2024.