Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: de wijk waarin de uitgebrande woning zich bevindt] was. Ze zei ja. Ik heb haar drie keer gevraagd om zeker te weten of ik het goed hoorde.
de rechtbank begrijpt: verdachte] heeft me verteld mama, dat ze brand heeft gesticht, dat ze lag te slapen en toen hadden ze haar pasje gestolen. [22] Ze zei dat ze in zag. mama ze hadden mijn pas gestolen, ik sliep daar in [wijk] en mama toen heb ik brand gesticht. Ze zei tegen mij, ze hebben haar pas gestolen en toen had ze haar pas laten blokkeren bij de bank. Het was een SNS bankpas, ze hadden haar pas gestolen en ze was bang dat ze al haar geld van haar rekening zouden afhalen en toen is ze naar de bank gegaan om alles te laten blokkeren. [23]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 17.998,33;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [G] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst af de vordering voor notariskosten en griffierecht afwijzen nalatenschap;
- verklaart [G] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [G] aan de Staat € 17.998,33 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 124 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 17.500,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [F] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [F] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [F] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 17.500,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [Q] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst af de vordering voor griffierecht verwerpen nalatenschap;
- verklaart [Q] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [Q] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 17.500,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [O] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst af de vordering voor griffierecht verwerpen nalatenschap;
- verklaart [O] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [O] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 17.500,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [P] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst af de vordering voor griffierecht verwerpen nalatenschap;
- verklaart [O] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [P] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 17.500,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [K] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [K] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;
- wijst de vordering toe tot een bedrag van € 6.292,43;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [R] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [R] aan de Staat € 6.292,43 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 66 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.