Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 18 september 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde beslistermijnen en bepaalt dat verweerder uiterlijk 27 mei 2024 een besluit op bezwaar moet nemen. Voor elke dag dat de Belastingdienst deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding van € 218,75 voor proceskosten en wordt het door haar betaalde griffierecht van € 51,- aan haar vergoed. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.