Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 23 september 2021. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, is op 3 november 2022 in gebreke gesteld en heeft bij brief van 5 februari 2024 het beroep ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder alsnog binnen de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen een besluit moet nemen. Dit houdt in dat uiterlijk op 13 mei 2024 een schriftelijke vooraankondiging moet worden gedaan, gevolgd door een besluit binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of na het verstrijken van de reactietermijn.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijnen overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €218,75, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €51. De uitspraak is gedaan door rechter P. Lenstra en griffier L. Beijerinck op 18 maart 2024.