Eiseres, sinds 2007 in dienst als receptioniste bij de werkgever, meldde zich op 16 augustus 2022 ziek. Op 14 december 2022 werd zij per brief geschorst wegens vermoedens van onregelmatigheden, waarbij haar volledige salaris zou worden doorbetaald. Na diverse verzoeken om opheffing van de non-actiefstelling en inzage in onderzoek, werd deze pas op 11 januari 2024 ingetrokken.
Eiseres vorderde onder meer intrekking van de non-actiefstelling, betaling van te weinig uitbetaald loon, afgifte van een kerstpakket, inzage in een brief van een derde en onderzoeksactiviteiten, een verklaring dat zij zich niet schuldig heeft gemaakt aan dringende redenen en een verbod op negatieve uitlatingen door de werkgever.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering tot opheffing van de non-actiefstelling inmiddels overtollig was vanwege intrekking. De vordering tot betaling van te weinig betaald loon werd toegewezen, omdat de werkgever in de brief van 14 december 2022 had toegezegd het volledige salaris te betalen, wat niet was nagekomen. De overige vorderingen werden afgewezen wegens gebrek aan juridische grondslag, spoedeisend belang of onvoldoende aannemelijkheid.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van € 4.866,84 bruto aan te weinig betaald loon en de proceskosten van € 1.055,42. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.