Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
allezich onder hem bevindende informatie, zowel fysiek als digitaal. Verweerder mag die zoekslag niet beperken tot de datum van 26 oktober 2020 (de datum van de e-mail van het RIVM aan I&W waarmee het tekstvoorstel van I&W van de hand gewezen is (document 32)), maar dient die zoekslag te verrichten voor de gehele relevante periode tot en met de datum van het Wob-verzoek. Verweerder dient bij die zoekslag meer in het bijzonder te betrekken (i) de mogelijke reactie van het ministerie van IenW [4] op de e-mail van 26 oktober 2020 (en eventuele daarop volgende communicatie), (ii) mogelijke informatie met betrekking het overleg met de experts VSP [5] , en (iii) mogelijke informatie waaruit blijkt hoe het rapport van de heer [B] [6] is betrokken bij de totstandkoming van de signalering. Verder moet verweerder deugdelijk motiveren op welke wijze en met welke zoektermen hij deze zoekslag heeft verricht en hoe hij heeft bepaald of er informatie ten aanzien van ad (i) tot en (iii) aanwezig is.
- document 50 de reactie van I&W is op de e-mail van het RIVM van 26 oktober 2022 (document 32) waarmee het tekstvoorstel van I&W van de hand gewezen is;
- de documenten 41 t/m 43 e-mails betreffen waarin het onderzoek van de heer [B] aan de orde komt; en
- dat er geen documenten zijn aangetroffen van de vergadering van de VSP-experts van 26 oktober 2020.
Opmerkelijk dat juist [B] ‘onafhankelijk’ onderzoek heeft gedaan naar de gang van zaken’van een medewerker van (vermoedelijk) het RIVM suggereert dat de heer [B] niet onafhankelijk zou zijn. Uit deze opmerking blijkt een mogelijke bevooroordeeldheid van (een van) de medewerker(s) van het RIVM die betrokken was/waren bij de totstandkoming van het signaal over granuliet. Het belang bij openbaarheid van de informatie en controleerbaarheid daarvan moet daarom volgens eiser in dit geval zwaarder dan het belang van de betrokken persoon om anoniem te blijven.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit 1 gegrond;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit 2 gegrond;
- laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit 2 geheel in stand.
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.187,50.