ECLI:NL:RBMNE:2024:1937
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde niet-woning voor belastingjaar 2022
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een niet-woning aan een adres in een plaats, vastgesteld op €970.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder, heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld dat verweerder de WOZ-waarde op juiste wijze heeft vastgesteld met de huurwaardekapitalisatiemethode, onderbouwd met transacties van vergelijkbare objecten. De door eiseres aangevoerde bezwaren, zoals het ontbreken van koopaktes en de vergelijkbaarheid van referentieobjecten, zijn niet gegrond bevonden. Ook het standpunt dat huurwaarden niet getaxeerd mogen worden voor de kapitalisatiefactor is verworpen.
Daarnaast heeft eiseres verzocht om een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelt dat de procedure niet onredelijk lang heeft geduurd, mede door het procederen van eiseres’ gemachtigde, en wijst het verzoek af. Ook een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.