Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: verdachte]. Ik zag dat ze een schoenveter in haar handen vasthield. Ik zag dat ze overeind kwam en ging staan. Ik hoorde haar zeggen: "Ik wil iemand vermoorden." Ik zei tegen haar: "We willen het veilig houden. Als je spullen hebt waarmee jezelf of anderen iets aan wilt doen, lever ze dan in." Ik wilde haar kamer uitlopen. Ik zag dat zij de weg blokkeerde en mij belette om de kamer te verlaten. Ik zag dat toen zij voor mij stil stond, zij de schoenveter over mijn hoofd heen gooide en op mijn nek terecht kwam. Ik vroeg: "Wil je de schoenveter loslaten?". Ik zag en hoorde dat dit geen effect had. Ik zag en voelde dat zij de veter strak om mijn nek aantrok. Ik voelde een snijdende pijn om mijn nek. Ik kreeg geen lucht en kon niet meer ademhalen. Ik voelde dat ik duizelig werd. Ik raakte in paniek en ik moest onmiddellijk hulp hebben. Ik heb tot twee keer over de alarmknop ingedrukt. Met mijn laatste adem heb ik om hulp geroepen naar mijn collega's. Toen deze de kamer in kwamen rennen, zag en voelde ik dat [verdachte] de veter nog strakker om mijn nek aantrok. Mijn collega's hebben mij vervolgens bevrijd. Door het aantrekken van de veter heb ik striemen op mijn nek en voel ik het op mijn huid branden. [2]
de rechtbank begrijpt: verdachte] voor het eerst ontmoet op het dakterras van afdeling [afdeling] van [instelling] . Zij had op dat moment de schoenveter uit haar rechterschoen in beide handen. Ik heb haar toen aangegeven dat als zij zichzelf of anderen hier iets mee aan wil doen, zij de spullen bij mij in moet leveren. Ze stond een paar minuten later op, ging dicht achter mij staan en zei dat zij iemand wilde vermoorden. Ik heb aangegeven dat als zij de behoefte heeft om anderen of zichzelf iets aan te doen, zij de middelen daarvoor bij mij in moet leveren. [verdachte] gaf hierop geen antwoord en liep dicht achter mij naar kantoor, waar ik haar medicatie aanbood. Zij reageerde hier niet op, verliet de ruimte en is weer naar het dakterras gelopen. Af en toe heb ik gekeken hoe het met [verdachte] ging en eenmaal benadrukt dat als ik iets voor haar kan betekenen, ik dichtbij ben en zij mij altijd op mag zoeken. Toen ik later alleen haar kamer binnen was gegaan
- Ik hoorde [verdachte] [
de rechtbank begrijpt: verdachte] de hele dag al zeggen dat zij iemand wilde vermoorden;
- Ik heb meerdere keren tegen [verdachte] gezegd dat dit niet de manier van communiceren is;
- Ik en een arts waren met [verdachte] in gesprek, maar kwamen niet in contact met haar;
- Ik zag haar staan met een schoenveter;
- Ik vertelde [verdachte] weer dat ik dit geen normale manier van omgang vind;
- Ik voelde en zag dat [verdachte] de schoenveter om mijn nek deed;
- Ik vertelde [verdachte] nogmaals dat ik dit niet normaal vind;
- Ik voelde dat [verdachte] de schoenveter heel strak trok;
- Ik voelde dat [verdachte] niet los liet en de schoenveter heel strak om mijn nek trok;
- Ik zag dat er meerdere collega's van mij moesten helpen om [verdachte] los te maken. [5]
de rechtbank begrijpt: [benadeelde]] in een confrontatie met een patiënt. Ik zag dat deze patiënt met beide handen een veter vasthield die om de nek van [benadeelde] was aangetrokken. Ik zag dat de veter strak om de nek was aangetrokken. Ik zag en hoorde dat [benadeelde] naar adem hapte en nauwelijks lucht binnen kreeg. Ik probeerde de handen los te trekken van de patiënt. Het kostte mij grote moeite omdat de patiënt met gebalde vuisten de veter vasthield. Toen ik probeerde om [benadeelde] te bevrijden, zag en voelde ik dat de patiënt de veter nog strakker probeerde aan te trekken, uiteindelijk lukte het mij om met grote moeite [benadeelde] vrij te krijgen uit de verwurging. [6]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- de rapporten van 4 oktober 2022, 6 maart 2023 en 2 januari 2024, opgemaakt door dr. I.F.F.M. Elzakkers, psychiater;
- de rapporten van 10 maart 2023 en 5 januari 2024, opgemaakt door dr. M. ten Berge, psycholoog;
- de rapporten van 15 december 2022 en 11 januari 2024, opgemaakt door respectievelijk S. Roelofs en S.C. Pruis, reclasseringswerkers.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 631 dagen;
ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat zij van overheidswege wordt verpleegd;