Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 12 juni 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door de Belastingdienst is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank volgt de nadere beslistermijnen die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 heeft vastgesteld voor dit soort zaken. Omdat de Belastingdienst inmiddels het verweerschrift heeft ingediend en de termijn van twaalf weken grotendeels verstreken is, stelt de rechtbank een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak voor het nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor iedere dag dat de Belastingdienst de termijn overschrijdt. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.