Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 22 september 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft het verweerschrift ingediend op 17 januari 2024, waarna eiseres op 23 december 2023 beroep instelde, meer dan twee weken na de ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen, conform de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen.
Daarnaast wordt verweerder een dwangsom opgelegd van €100 per dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €218,75 en het betaalde griffierecht van €50 wordt aan haar vergoed. De rechtbank kan niet verplichten tot verstrekking van het dossier, omdat dit een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Awb.