Uitspraak
[gedaagde] B.V.,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
Rechtbank Midden-Nederland
Op 1 oktober 2023 trad eiser in dienst bij gedaagde als commercieel medewerker binnendienst voor zes maanden met een netto salaris van € 2.250,00. Op 14 februari 2024 deed eiser aangifte van diefstal onder bedreiging van geweld waarbij € 8.000,00, die hij namens gedaagde thuis bewaarde, werd gestolen. Gedaagde stopte vanaf februari 2024 met het betalen van het salaris.
Eiser vorderde in kort geding betaling van het salaris over februari 2024, tijdige loonbetalingen tot het einde van het dienstverband, verstrekking van loonstroken en jaaropgave, wettelijke verhoging en proceskosten. Gedaagde verscheen niet en voerde geen verweer.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst bestond en dat gedaagde gehouden was tot loonbetaling. De vorderingen werden toegewezen, met een matiging van de wettelijke verhoging tot 20%. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot het verstrekken van loonstroken en jaaropgave binnen veertien dagen, met een dwangsom bij niet-naleving. Proceskosten werden aan eiser toegewezen.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het loon over februari 2024, verdere loonbetalingen, wettelijke verhoging, verstrekking van loonstroken en jaaropgave, en proceskosten.