Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2024 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , verweerder
Inleiding
nade zitting per post te hebben ontvangen. Gemachtigde verzoekt met verwijzing naar deze brief om een heropening van het onderzoek en een nadere mondelinge behandeling te organiseren. De rechtbank zal onder punt 5 ingaan op dit verzoek.
Overwegingen
- [adres 7] , verkocht op 25 februari 2022 voor € 225.000,-;
- [adres 8] , verkocht op 19 mei 2021 voor € 188.000,-;
- [adres 9] , verkocht op 5 april 2021 voor € 267.895,-.
hogereWOZ-waarde in strijd is met de goede procesorde. De rechtbank overweegt dat de stelling dat de WOZ-waarde
te laagis vastgesteld reeds ook het standpunt was zoals ingenomen in de bezwaarfase, behalve voor het object aan de [adres 2] . Uit de door de gemachtigde overgelegde stukken (waaronder de e-mail van 11 oktober 2022) blijkt dat voor alle objecten is verzocht om de WOZ-waarde vast te stellen op een bedrag van € 155.000,-. Dat betekent voor alle objecten dat is verzocht om een hogere waarde vast te stellen, maar voor [adres 2] dus een lagere waarde. De rechtbank is van oordeel dat daarmee in deze zaak alleen voor het object [adres 2] sprake is van een wisselend standpunt over de vastgestelde waarde en in strijd met een goede procesorde. [1] Voor de overige objecten geldt dat het door de gemachtigde van eiser bepleiten van een hogere WOZ-waarde niet in strijd met de goede procesorde. Dat betekent dat de rechtbank behalve voor het object [adres 2] inhoudelijk zal beoordelen of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waardes van de woningen niet te laag zijn vastgesteld.
Nadere hoorzitting