ECLI:NL:RBMNE:2024:2383
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en garagebox met toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarden van zijn woning en garagebox voor het belastingjaar 2022. De heffingsambtenaar had de woning gewaardeerd op €317.000 en de garagebox op €43.000. Na bezwaar werd de woningwaarde verlaagd naar €311.000, maar de garageboxwaarde bleef ongewijzigd. Eiser stelde lagere waardes voor, respectievelijk €271.000 voor de woning en nihil of maximaal €29.000 voor de garagebox.
De rechtbank beoordeelde de gebruikte waarderingsmethoden en referentieobjecten van de heffingsambtenaar als voldoende onderbouwd. De woning en garagebox konden niet als één samenstel worden gezien, mede vanwege de ligging en het gebruik. Eerdere rechterlijke uitspraken bevestigden dit standpunt. Argumenten van eiser over de hennepteelt in de garagebox en andere waardedrukkende factoren werden niet nieuw of overtuigend bevonden.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarden niet te hoog had vastgesteld en verklaarde de beroepen ongegrond. Wel werd vastgesteld dat de procedure langer dan de redelijke termijn had geduurd, waardoor een immateriële schadevergoeding van €50 werd toegekend. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €218,75. Er werd geen vergoeding van het griffierecht toegekend.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €50 en proceskosten van €218,75 wegens overschrijding van de redelijke termijn.