ECLI:NL:RBMNE:2024:2429
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres was werkzaam als medewerker schoonmaakonderhoud en meldde zich ziek in augustus 2019. Zij ontving aanvankelijk een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Na bezwaar en aanvullend onderzoek stelde het UWV het percentage bij op 15,46% en trok de uitkering per 25 augustus 2023 in. Eiseres betwistte dit en voerde aan volledig arbeidsongeschikt te zijn.
De rechtbank beoordeelde of het UWV terecht het besluit nam. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden de beperkingen van eiseres zorgvuldig en uitgebreid onderzocht en gemotiveerd. De medische onderzoeken vonden plaats kort na de beoordelingsdatum en later, waarbij ook nieuwe medische informatie werd betrokken. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling niet onzorgvuldig of onjuist was, ook niet ondanks de ernstiger ervaren klachten door eiseres.
Daarnaast werden de geduide functies getoetst aan de belastbaarheid van eiseres. De rechtbank volgde het UWV dat geen sprake was van overschrijding van de belastbaarheid bij afzonderlijke beperkingen, waardoor ook de totaalbelasting passend is. Ook het opleidingsniveau van eiseres sluit aan bij de functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de WIA-uitkering per 25 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.