ECLI:NL:CRVB:2022:2301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig UWV-onderzoek bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatst werkzaam als puntlasser, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering nadat een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vaststelden dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Appellant voerde aan dat zijn CTS-klachten en andere lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat het onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld, waarbij ook werd meegewogen dat appellant geen melding maakte van CTS-klachten tijdens het spreekuur. In hoger beroep voerde appellant aan dat deze klachten wel aanwezig waren en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en concludeerde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat er geen aanleiding was een onafhankelijke deskundige te benoemen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.