Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 15 juli 2022 omtrent de lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na een ingebrekestelling.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen voor het nemen van besluiten op bezwaar in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Omdat verweerder al twaalf weken na het verweerschrift geen besluit heeft genomen, wordt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak gesteld voor het alsnog nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en proceskosten van € 218,75. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van het besluit vernietigd.