Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 12 juli 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een ingebrekestelling.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde termijnen voor het nemen van besluiten op bezwaar in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Omdat inmiddels twaalf weken zijn verstreken sinds het verweerschrift, bepaalt de rechtbank dat verweerder uiterlijk binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een bestuurlijke dwangsom op van €100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000,-. De reeds toegekende maximale dwangsom van €1.442,- wordt door de rechtbank niet betwist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €218,75 en het griffierecht van €50,- aan eiseres.
De rechtbank wijst het beroep toe, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op alsnog een besluit op bezwaar te nemen binnen de gestelde termijn. Deze uitspraak is gedaan door rechter Rijlaarsdam op 23 april 2024.